De Bijbel: taai maar niet saai.
Pieter Oussoren
Michel Kempeners
Het
meest gelezen boek is niet voor iedereen het hetzelfde Voor de enen is de
Bijbel het geïnspireerde Woord van God. Voor de anderen is het een complex
en contradictorisch document dat vooral iets zegt over de manier waarop
mensen over hun God spreken…
De Nederlandse predikant Pieter Oussoren vertaalde – aanvankelijk alleen -
stukje bij beetje de Bijbel uit het Hebreeuws en het Grieks. Voor hem is
Bijbel allereerst verhaal en getuigenis die de kern vormen van onze
geloofsbelijdenis. Veel aandacht gaat naar de taal van de Bijbel. Je moet
het drama van een tekst kunnen voelen. Daarom vroegen we ook de medewerking
van woordkunstenaar Michel Kempeners.
Het resultaat van Pieter Oussoren’s vertaalwerk verscheen als de Naardense
Bijbel. “Geen antivertaling, maar een verrijking van het aanbod.” De vraag
aan Pieter Oussoren is waarom de Bijbel voor hém zo’n boeiend boek is.
Pieter
Oussoren (Breukelen NL 1943) studeerde theologie aan de universiteit van
Utrecht. Hij kwam er in aanraking met de Amsterdamse School, die veel
aandacht besteedt aan de taal van de Bijbel. Hij werkte als predikant op
verschillende plaatsen in Nederland, vooral in Utrecht. Oussoren is met
pensioen, maar geeft nog veel lezingen.
Voor zijn zondagspreken wilde Oussoren Bijbeltekst die zo dicht mogelijk
stond bij de brontaal, het Hebreeuws en het Grieks. Wat hem stoorde was dat
zoveel predikanten begonnen met “We hebben in de
schriftlezing net gelezen zus en zo,
maar eigenlijk staat er dit en dat.”
Daarom begon hij die teksten zelf te vertalen, iedere dag een uurtje.
Na verloop van tijd kreeg hij hierbij hulp van anderen. In 2004,
tweeëndertig jaar na de eerste vertaling en toevallig ook het jaar waarin de
Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) verscheen, kwam zijn werk op de markt als de
Naardense Bijbel (omwille van de afdrukken van de wereldberoemde
gebrandschilderde ramen uit de Sint-Janskerk in Naarden). De Naardense
Bijbel werd enthousiast onthaald.
"Wie geen Hebreeuws leest, heeft met Oussoren een
soort overtreffende trap van de Statenvertaling te pakken."
schreef NRC Handelsblad.
Al
wilde Oussoren een “letterlijke vertaling”, ze moest ook leesbaar Nederlands
zijn, en geen “Nederbreeuws”. De bronteksten zijn immers liefdesgeschriften
vol met klanken, sferen, ritmes en poëzie; ook in deze Naardense Bijbel
wordt daaraan recht gedaan, door te spelen met woordkeus en -volgorde.
“Deze vertaling is niet gemaakt om
een luchtig-leesbare tekst af te leveren. Wie uit deze bijbel wil voorlezen
– en voor voorlezen is hij gemáákt – zal zich daarop moeten voorbereiden,
zodat de beelden en wendingen tot hun recht kunnen komen. Maar oefening
baart kunst, en maakt het luisteren tot een spannend gebeuren.” schrijft
Oussoren in de verantwoording van zijn vertaling. Om de literaire kwaliteit
van de vertaling tot haar recht te laten komen, werd voor deze conferentie
de medewerking gevraagd van woordkunstenaar Michel Kempeners. die met zijn
studenten woordkunst graag werkt met de Naardense Bijbel (zo bracht hij
tijdens de Bijbelronde het Hooglied in een bloeiende boomgaard en Job in een
rechtszaal).